Motoriek en kinderen

Kinderen zitten op school, leren door o.a. lezen, schrijven, rekenen. Ze spelen buiten, huppelen en springen van een stoep af. Het zijn dagelijkse basishoudingen en bewegingen die horen bij het bewegen van kinderen. De basis hiervoor is sensomotorische ontwikeling.

Wat is sensomotoriek

Sensomotoriek is de koppeling tussen sensoriek en motoriek. Onder sensoriek verstaan we het opdoen van prikkels door middel van de zintuigen, zoals de oren en orgen, maat de tastzin en het evenwicht. De motoriek is het vermogen te kunnen bewegen, zoals het rollen van baby's, het grijpen, zitten, staan, lopen en springen.

Voorbeelden:

  • Om een bal te kunnen vangen (motoriek), moet de bal worden gezien (sensoriek).
  • Om een voorwerp te kunnen betasten (sensoriek) moeten handen en vingers gebruikt kunnen worden (motoriek).
  • Om te kunnen fietsen (motoriek) is een goed gevoel voor evenwicht noodzakelijk (sensoriek).

De sensomotorische ontwikkeling vormt niet alleen de basis voor de motorische ontwikkeling, zij heeft ook een belangrijke invloed op de totale ontwikkeling van het kind.

DOK 11

Door met een bal te spelen, krijgt een bal de betekenis van iets waarmee je kunt rollen en gooien. Door het voorwerp 'bal' motorisch te ontdekken, krijgt het woord 'bal' inhoud. Te weinig motorisch ontdekken kan leiden tot problemen in o.a. de taalontwikkeling van een kind.

Door het bewegen leert het kind zijn lichaam kennen (lichaamsplan) en van daaruit de omgeving (ruimtelijke orientatie). Dit is van belang om te leren rekenen.

Als kinderen met elkaar spelen, beoordelen zij elkaar veelal op motorische vaardigheden. Als een kind altijd als laatste gekozen wordt, omdat het niet snel genoeg vangt en gooit, kan een negavtief zelfbeeld ontstaan. Het kind kan daardoor de moed verliezen, minder zelfvertrouwen ontwikkelen en last van faalangst krijgen.

Wanneer er een vermoeden bestaat dat er een motorisch probleem is, wordt er allereerst een sensomotorisch onderzoek gedaan. Tijdens dit onderzoek krijgt de therapeut inzicht in het motorisch functioneren van het kind.

Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van de volgende onderdelen:

  • motorische ontwikkelingsfase
  • evenwicht
  • grove motoriek
  • oog-/handcoordinatie
  • fijne motoriek
  • lichaamsschema
  • tijd-/ruimte-orientatie
  • houding en beweging

De resultaten van het onderzoek komen in een verslag wanneer advies wordt uitgebracht. Wanneer behandeling wordt geadviseerd, stelt de therapeut een behandelplan op, waarbij wordt uitgegaan van de individuele situatie en de mogelijkheden van het kind.